Overeenstemming bereikt over de verdeling van verlengingskosten voor eenheidsoctrooien

November 2015

Er is overeenstemming bereikt over de verdeling van de inkomsten die zullen worden gegenereerd uit de verlengingskosten voor eenheidsoctrooien. Het EPO zal recht hebben op 50% van alle verlengingskosten, terwijl de overige 50% zal worden verdeeld over de EU-lidstaten die deelnemen aan het UP stelsel, zo kondigde het EPO aan.

In de bekendmaking verklaarde de voorzitter van het EPO dat we het eenheidsoctrooi al vanaf midden 2016 kunnen verwachten: "Wat ons betreft, is het EPO klaar om het systeem te implementeren.  Mits het de EU-lidstaten lukt de UPC Overeenkomst tijdig te ratificeren, zouden de eerste eenheidsoctrooien al in de tweede helft van 2016 kunnen worden afgegeven".

In een afzonderlijke aankondiging voor de Europese Commissie werd verder uitgelegd dat "50% van de vergoedingen zal worden ingehouden door het EPO terwijl de rest (minus administratiekosten) zal worden verdeeld over de deelnemende landen volgens een formule die rekening houdt met het BBP en het aantal aanvragen dat wordt ingediend in dat land.  De verdelingsregelingen zullen regelmatig worden geëvalueerd. Het EPO zal rapporteren over inkomsten en de verdeling van de vergoedingen en het zal mogelijk zijn, maar niet verplicht, de verdeelsleutel aan te passen als de praktijk sterk afwijkt van de geschatte cijfers. De verdeelsleutel zal iedere vijf jaar worden onderworpen aan revisie."

De verlengingskosten voor het eenheidsoctrooi zijn al vastgesteld op een niveau dat ruwweg equivalent is aan wat een aanvrager in het klassieke Europese octrooiensysteem gewoonlijk zou betalen voor de vier belangrijkste landen samen. Sinds op 30 september Italië is toegetreden tot het eenheidsoctrooipakket, is de hoogte van de vergoeding aantrekkelijker geworden.