Onderling samenspel tussen de Divisions

De competenties en het onderlinge samenspel tussen procedures in de Local en Regional Divisions en de Central Division zijn uiteengezet in de UPC Overeenkomst. De overeenkomst geeft de gerechtshoven en partijen een grote mate van flexibiliteit om tegenvorderingen samen te horen, te splitsen en/of procedures te schorsen. Wanneer de partijen het met elkaar eens zijn, kunnen ze voor de meeste procedures samen besluiten wat het beste gerechtshof voor hen is.

Bij zelfstandige vorderingen heeft de Central Division de bevoegdheid over herroepingsprocedures en verklaringen van niet-inbreuk (die beide worden toegewezen aan de betreffende divisie), terwijl de Local en Regional Divisions de bevoegdheid hebben over inbreuk en voorlopige en beschermende maatregelen, met inbegrip van gerechtelijke verboden of bevelen.

Bij inbreukprocedures kan de octrooihouder of exclusieve licentiehouder ervoor kiezen de procedure aan te spannen in de relevante Local of Regional Division (a) waar de feitelijke of dreigende inbreuk heeft plaatsgevonden, of (b) waar de verweerder (of een van de verweerders) zijn of haar woonplaats heeft of de belangrijkste bedrijfsvestiging heeft of, indien geen van beide van toepassing zijn, zijn of haar zaken doet. Wanneer een verweerder geen woonplaats of plaats waar hij of zij zaken doet binnen de lidstaten van het UPC heeft, kan de procedure worden aangespannen in de plaats waar de feitelijke of dreigende inbreuk heeft plaatsgevonden of bij de Central Division. Als die lidstaat geen Local Division heeft of geen onderdeel is van een Regional Division, moet de procedure worden aangespannen bij de Central Division. Wanneer een procedure eenmaal is aangespannen bij een Local of Regional Division, is die procedure aanhangig bij dat hof en is de procedure niet toegelaten in andere Divisions, tenzij een verwijzing plaatsvindt. Om bij meerdere verweerders één enkel proces te kunnen aanspannen, moet de vermeende inbreuk dezelfde zijn en moeten de verweerders een commerciële relatie hebben.

Wanneer een verweerder in een inbreukprocedure een tegenvordering tot herroeping doet, moet het Local of Regional Court besluiten hoe moet worden gehandeld. De kamer kan (i) kiezen de inbreukprocedure samen met de tegenvordering tot herroeping te horen, (ii) de tegenvordering tot herroeping doorverwijzen naar de Central Division en het inbreukproces schorsen of ermee doorgaan of (iii) met instemming van de partijen het volledige proces voor beslissing doorverwijzen naar de Central Division.

Wanneer een partij een herroepingsprocedure begint bij de Central Division, kan de octrooihouder kiezen een tegenvorderingen wegens inbreuk in te stellen bij de Central Division of een inbreukprocedure aan te spannen bij de betreffende Local of Regional Division (met gebruik van dezelfde criteria als bovenstaand vermeld).

Alle procedures voor een verklaring van niet-inbreuk, die moeten worden gestart bij de Central Division, zullen worden geschorst wanneer de octrooihouder binnen drie maanden na het initiëren van die procedure een procedure wegens inbreuk aanspant bij een betreffende Local of Regional Division.

De partijen zijn ook verplicht het hof op de hoogte te stellen van bij het EPO in behandeling zijnde procedures inzake herroeping, beperking of oppositie, met inbegrip van of er wel of niet een verzoek om een versnelde procedure is gedaan. Wanneer van het EPO een versnelde beslissing wordt verwacht, kan het hof de procedure schorsen.